Vlamvertragende veiligheidskleding EN531

Werkkleding - vlamvertragende veiligheidskleding EN531

Vlamvertragende veiligheidskleding EN531

Voor medewerkers die blootgesteld worden aan hitte, open vuur of explosiegevaar bestaat er vlamvertragende werkkleding. Deze beschermt de drager zodra deze in aanraking komt met hitte of vuur. De werkkeding is vlamvertragend, dus zodra er een vlam of vonkje op de kleding komt dooft deze of de stof zorgt voor een vertragende werking waadoor de werkkleding niet snel in brand staat. 
Bovendien verast de werkkleding als deze in brand staat waardoor de kleding niet smelt of drupt waardoor er geen gemene brandwonden op de huid ontstaan van de drager.

De vlamwerende werkkleding van SA Wear voldoet aan de Europese veiligheidsnorm voor vlamvertragende kleding EN 531. 

Let op!
Net als bij laskleding wordt ook deze norm binnenkort vervangen. EN 531 wordt EN ISO 11612 en geldt voor de hele wereld. Dit is met name belangrijk wanneer uw werknemers werkzaamheden verrichten buiten Europa.

Hieronder volgt een uitgebreide uitleg over de EN531 norm voor vlamvertragende werkkleding.

EN531 Europese veiligheidsnorm voor beschermende werkkleding voor industrie arbeiders die worden blootgesteld aan hitte.
De EN531 bevat 5 specifieke vlam/warmte-spec’s. Aan de eis “vlamverspreiding”
(code A) moet altijd voldaan worden en bij tenminste één van de andere
bepalingen (B,C,D,E) moet tenminste de laagste klassering (1) gehaald worden. 

In de etiketten wordt de klassering van het artikel benoemd:
A : Vlamverspreiding (EN532): Materiaal 10 sec bevlammen waarna navlamtijd <2sec, nagloei <2sec, geen gatvorming en niet smelten
B: Isolatie convectieve warmte (EN367): klassering van B1 tot B5.
C: Isolatie stralingswarmte (EN366): klassering C1 tot C4
D: Gesmolten aluminium (EN373): klassering D1 tot D3
E: Gesmolten ijzer (EN373) klassering E1 tot E3. 

Klassering A, B, C, D1, E1 valt in risicoklasse II van de richtlijn. Wordt de code D2/E2 en
hoger in de etiketten genoemd dan valt de kleding in risicoklasse III van de richtlijn.
Zodra de code D en/of E genoemd worden, zijn ook een aantal modeleisen van
toepassing:
• De kleding mag geen metaal aan de buitenzijde bevatten
• Alle buitenzakken moeten voorzien zijn van een klep, die breder is dan de zak zelf.
• Het ontwerp moet vermijden dat metaalspatten “gevangen" kunnen worden, d.w.z. blijven hangen in een plooi, naad e.d.